2e kwartaal

Afwijkingen per risicogroep

We zien op dit moment dat de inflatie oploopt.

In het eerste kwartaal melde het CPB al een verwachte inflatie in 2022 van 5,2% . Het geld dat we via het gemeentefonds krijgen voor loon- en prijsstijgingen is hierop nu ook aangepast. Tot nu toe dacht iedereen dat de inflatie in 2022 weer naar een 'normaal' niveau van 2% zou dalen. Maar door de Oekraïne-oorlog stijgen bijvoorbeeld de energieprijzen en de voedselprijzen steeds meer. Daardoor blijft de inflatie hoog. De effecten van deze hoge prijzen zien we nog maar zeer beperkt terug in de begroting.

We zien wel al een langere tijd grote prijsstijgingen bij bijvoorbeeld onze aannemers in het beheer en onderhoud
Dit is ook zo beschreven in het Strategisch assetmanagementplan (SAMP). Hier komen de prijsstijgingen bovenop die het gevolg zijn van schaarste aan grondstoffen en materialen vanwege de Oekraïne-oorlog. Tot nu toe wordt nog geen nadeel op het budget voor beheer en onderhoud verwacht in 2022, onder andere door onderbesteding. Aannemers die voor ons nieuwe scholen bouwen geven ook aan dat zij worden geconfronteerd met sterk gestegen kosten. Zij geven signalen af dat zij met ons hierover in gesprek willen. We weten nu nog niet of en tot hoeveel extra kosten dit gaat leiden. Op dit moment bekijken we of we een gemeentebrede regeling moeten opstellen die tegemoetkomt aan de bovengemiddelde prijsstijgingen die zich op dit moment voordoen.

Ook stijgen de prijzen voor onderhoud van het vastgoed, brandstof en energie.

Voor het onderhoud van ons vastgoed zijn we structureel € 0,2 miljoen meer kwijt. De contractueel afgesproken indexatie is de afgelopen jaren hoger geweest dan de compensatie die wij van het gemeentefonds ontvingen. Voor de brandstofkosten nemen we € 0,3 miljoen hogere kosten op in 2022. We kunnen nu nog geen goede inschatting maken van de hogere energiekosten. Dat komt omdat wij veel energie inkopen en de looptijd van contracten en daarmee de prijs per object kan verschillen. Op dit moment zijn we dat verder aan het uitzoeken.  

Ook spelen er kostenstijgingen bij onze partners en leveranciers in het sociaal domein.

Zo is er bijvoorbeeld voor de Wmo per 1 januari een nieuwe CAO afgesloten. Hierin zitten forse loonstijgingen. Deze moeten we vanaf 2023 in het tarief verwerken. Ook hebben we hier last van hogere grondstofprijzen voor bijvoorbeeld trapliften en scootmobielen.

Bij de 3e kwartaalrapportage stellen we de loon- en prijsbudgetten voor 2023 beschikbaar.

We zullen dan ook in beeld hebben of de kostenstijgingen passen binnen het geld dat we via het gemeentefonds krijgen voor loon- en prijsstijgingen. De grootste kostenstijging zullen vanaf 2023 plaatsvinden en niet al in 2022. We nemen in deze rapportage daarom alleen de harde knelpunten mee die zich op dit moment al hebben voorgedaan.

bedragen x € 1.000

progr

omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

P02

onderhoud vastgoed

-200

-200

-200

-200

-200

P02

stijging brandstofprijzen

-295

P04

hogere loon- en prijscompensatie

348

P09

hogere loon- en prijscompensatie

8.152

totaal

8.005

-200

-200

-200

-200

onderhoud vastgoed

We komen structureel € 200.000 tekort op het budget voor onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. Dat komt doordat de prijzen al langere tijd harder stijgen dan de compensatie die wij ontvangen via het gemeentefonds. Om aan de vastgestelde kwaliteitsniveaus te kunnen voldoen en contractafspraken na te komen is daarom extra geld nodig.

stijging brandstofprijzen

We verwachten dit jaar € 285.000 extra kwijt te zijn aan brandstof. De dieselprijs is ten opzichte van 1 januari 2022 inmiddels ruim 60% gestegen. Het kabinet heeft een accijnsverlaging doorgevoerd, maar ook daarna is de prijs weer hard gestegen. Hoe de prijs zich zal ontwikkelen is moeilijk te voorspellen. We hebben daarom zo goed als mogelijk een schatting gemaakt. Deze zullen we tijdens het jaar blijven bijstellen.
De brandstofkosten hebben bijna helemaal betrekking op de afvalinzameling. Bij de begroting 2023 bekijken we wat het effect op het tarief afvalstoffenheffing 2023 is.

hogere loon- en prijscompensatie

De loon- en prijsstijgingen liggen fors hoger dan in september 2021. Dit was het laatste moment dat het Rijk het gemeentefonds hiervoor had bijgesteld. Door de hoge loon- en prijsstijgingen krijgen we ook meer geld vanuit het gemeentefonds. We verhogen jaarlijks ook onze lokale heffingen voor loon- en prijsstijging. Dit is nodig om de prijsstijgingen te kunnen betalen. Hierdoor hebben we vanaf 2022 de volgende budgetten voor loon- en prijscompensatie beschikbaar:

loon- en prijscompensatie

bedragen x € 1 miljoen

De uitvoering van 2022 is al halverwege. Ook zijn de subsidies en tarieven voor 2022 al vastgesteld. Deze stellen we voor het lopende jaar achteraf niet bij. Het extra geld voor hogere loon- prijsstijgingen is in 2022 dus in principe niet nodig. Er zijn nog wel wat risico's, zoals de energiekosten in 2022, maar deze nemen we mee in de 3e kwartaalrapportage. We laten het extra budget voor 2022 daarom nu vrijvallen.
Structureel hebben we het geld wel nodig om de hogere loon- en prijsstijgingen te kunnen betalen. Bij de 3e kwartaalrapportage weten we of we met het geld voor 2023 uitkomen. De volgende percentages hebben we nu gereserveerd:

onderdeel

2022

2023

2024

2025

2026

lonen 2022-2026

4,30%

3,60%

4,20%

4,10%

3,90%

prijzen 2022-2026

4,10%

2,30%

2,40%

2,40%

1,90%

gesubsidieerde partners

3,86%

3,21%

3,66%

3,59%

3,30%

trendmatige verhoging tarieven*

4,10%

2,97%

3,34%

3,29%

2,95%

 

* De tarieven zijn in 2022 met 2,2% verhoogd. Naar huidige inzichten hadden de tarieven met 4,1% moeten worden verhoogd voor loon- en prijsstijgingen. We zullen het verschil van 1,9% moeten meenemen in de tarieven van 2023. Naar huidige inzichten zouden de tarieven in 2023 met ongeveer 4,9% moeten worden verhoogd om de loon- en prijsstijgingen te kunnen betalen.

Deze pagina is gebouwd op 04/14/2023 12:23:57 met de export van 04/14/2023 11:53:05